Artikel: Hersenkoorts

Antibiotica tegen schizofrenie? Dat is minder gek dan het klinkt. Onderzoekers kijken steeds vaker naar de biologische basis van psychiatrische aandoeningen. Zo ontdekten ze dat de hersens van schizofrene patiënten ontstoken lijken en dat zette wetenschappers op een geheel nieuw spoor.  'We moeten kijken naar het immuunsysteem als oorzaak.'

Voor het wetenschapsprogramma Labyrint (VPRO) schreef ik over deze opvallende relatie tussen ons afweersysteem en psychiatrische aandoeningen. Dit artikel werd in november 2012 gepubliceerd.

Hersenkoorts

Hersenkoorts

De psychiatrie kijkt niet alleen meer naar de geest, maar ook naar het lichaam. Misschien is een overactief immuunsysteem wel de bron van sommige psychiatrische ziekten.

Frieda (61) werkte lang als verpleegkundige, maar is daarmee gestopt. Tien jaar geleden kreeg ze te horen dat ze een bipolaire stoornis heeft. Dit is een psychiatrische ziekte waarbij extreem negatieve en positieve stemmingen elkaar afwisselen. Soms is ze zwaar depressief en twijfelt ze aan alles. In andere periodes is ze extreem druk en denkt ze dat ze de hele wereld aan kan.

‘Dan heb ik een soort van vals zelf. Ik ga mensen vaker opbellen, ik word actiever, ik ben geneigd om allerlei nieuwe dingen te doen. Ik word ook achterdochtig. Ga dwangmatig praten. Die overgang van een normale naar de andere, euforische, stemming kan je ontgaan. Anderen wijzen je daarop. Dat is zelf moeilijk om te zien. Maar als ik dan geen medicijnen gebruik, krijg ik een psychose.’ Dan raakt Frieda buiten de realiteit. Zo ziet ze op een kerkhof een keer auto’s staan die er niet zijn, en is ze ervan overtuigd dat haar psychiater die daar heeft neergezet.

Frieda is deel van een eeneiige tweeling. Zij en haar zus Hanna hebben dus precies dezelfde genen. Wat betekent Frieda’s ziekte voor Hanna? ‘Ik vind het niet altijd leuk een tweeling te zijn. Wij zijn genetisch hetzelfde. Als Frieda er niet meer is, of iets zou krijgen, denk ik, misschien krijg ik dat ook wel.’ Sinds ze weet dat haar tweelingzus een bipolaire stoornis heeft, twijfelt Hanna aan haar eigen geestelijke staat. Ze heeft daar nog een reden voor: ‘Toen ik 21 was, ben ik zelf opgenomen geweest in een psychiatrische instelling. Nu denk ik: ik was toen psychotisch. Ik hoorde soms stemmen.’

Naast psychische klachten hebben beide zussen problemen met hun schildklier, een zogeheten auto-immuunziekte. Daarbij maakt het lichaam antistoffen aan tegen het eigen weefsel, in dit geval de schildklier, die daardoor te hard gaat werken.

Het lijkt een ongelukkig toeval dat de zussen last hebben van twee ziektes. Maar dat is het niet. ‘Mensen met een bipolaire stoornis hebben twee tot drie maal zo vaak een schildklier-auto-immuunziekte als gezonde mensen,’ zegt Hemmo Drexhage. ‘En dat komt niet, zoals we eerder dachten, door de medicatie.’ Drexhage is hoogleraar medische immunologie aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en onderzocht dit al in de jaren negentig.

Hij is ervan overtuigd dat de oorzaak van grote psychiatrische stoornissen, zoals schizofrenie, bipolaire stoornis, depressie en angst- en dwangstoornissen, in het immuunsysteem ligt. ‘Daar waren meer aanwijzingen voor’, vertelt hij. ‘Cytokines zijn stoffen van het immuunsysteem. Die blijken verhoogd aanwezig te zijn in het bloed van mensen met psychische klachten. Het actief inspuiten van deze stof kan zelfs leiden tot zware depressie.’ Dat bleek toen het medicijn Interferon-Alfa – een cytokine – werd gebruikt bij patiënten met Hepatitis C. Zestig procent van deze patiënten werd zwaar depressief, en de klachten verdwenen als het medicijn werd gestopt. 

Een reactie van het immuunsysteem lijkt dus verantwoordelijk voor sommige psychiatrische klachten. ‘Zo gek is die gedachte niet,’ zegt Drexhage. ‘Denk aan koorts. Je bent moe, eet niet, voelt je rot, en je ziet ineens je overleden grootvader in de hoek van de kamer. Je ijlt. Dat komt door je afweersysteem. En die klachten komen sterk overeen met een psychose.’

Dat de toestand van het afweersysteem en psychiatrische aandoeningen met elkaar samenhangen is niet nieuw. Feitelijk doet het immuunsysteem zijn herintrede in de psychiatrie. Aan het begin van de twintigste eeuw was al bekend dat psychiatrische patiënten vaak opknapten na hevige koorts. Geïnspireerd op dit idee besmette de Weense psychiater Julius Wagner-Jauregg zijn patiënten met malaria. Bij de helft zag hij een duidelijke verbetering. In 1927 won hij er zelfs de Nobelprijs voor de geneeskunde mee. Zijn therapie vond echter geen doorgang, want zo’n twintig procent van zijn patiënten overleed aan de gevolgen van de malaria.

De bekende arts en psychiater Sigmund Freud zocht vervolgens de behandeling in een heel andere richting. De bron lag volgens hem in de jeugd, in de opvoeding. Jeugdige trauma’s zorgden voor een stoornis in de persoonsontwikkeling. Als behandeling moest daarom in lange gesprekken op een sofa worden teruggegaan naar de bron van alle ellende.

Weer later kwamen de neurotransmitters in beeld, chemische stoffen die ervoor zorgen dat de hersenen goed functioneren. Depressies bleken samen te hangen met serotonine. Psychoses met dopamine. De behandeling werd uitgebreid met medicijnen die de chemische balans in de hersenen reguleerden. Voor een deel van de patiënten werkte dit.

‘Maar over de oorzaak weten we eigenlijk nog weinig,’ zegt Willem Nolen, hoogleraar psychiatrie in Groningen. ‘Ik zit bijna veertig jaar in het vak en de medicijnen die we gebruiken zijn sinds de jaren zeventig nauwelijks veranderd.’ Ook Nolen kijkt naar de samenhang tussen immuunsysteem en psychiatrische ziekten. ‘Middels tweelingonderzoek kwamen we erachter dat een bipolaire stoornis en schildklieraandoeningen een gedeelde genetische basis hebben. Een enorme openbaring.’

Frieda en Hanna doen mee aan zo’n onderzoek. ‘Veel bloedprikken, lange vragenlijsten over je leven en over de schildlier,’ legt Frieda uit. ‘Ik was nog niet zo bekend met de ziekte en voor mij was het ook een soort van uitlaatklep. Ik kon de dingen een beetje ordenen. Het bracht wel inzicht in wat de ziekte was.’

Tweelingen zijn waardevol voor de wetenschap. Eeneiige tweelingen delen alle genen. Twee-eiige koppels delen de helft, net als gewone broers en zussen. Het verschil tussen een- en twee-eiige tweelingen in een onderzoek zegt daarom iets over de erfelijkheid van een bepaalde aandoening, terwijl ook het effect van de omgeving kan worden onderzocht.

Nolen: ‘We zagen dat bij een eeneiige tweeling, als de één bipolair is, de ander een kans heeft van één op twee om ook bipolair te zijn. Maar we zagen ook dat die broer of zus een grote kans heeft op een schildklieraandoening, zelfs als diegene zelf niet bipolair is. En dat effect was groter dan bij twee-eiige tweelingen. Dat wijst erop dat beide aandoeningen een zelfde genetische basis hebben. Je zou dus kunnen denken dat bij een deel van de psychiatrische problematiek een immunologische of ontstekingsfactor meespeelt. Dat biedt in de toekomst wellicht mogelijkheden om andersoortige medicijnen te ontwikkelen die de immunologische reactie beïnvloeden en daarmee de psychische klachten.’

Maar hoe zorgt het immuunsysteem dan voor een psychiatrische ziekte? Drexhage: ‘We denken dat psychiatrische aandoeningen voor een deel te maken hebben met een chronische ontsteking in het brein, een immunologische reactie.’ Uit hersenscans blijkt dat de hersenen van schizofrene patiënten licht ontstoken zijn. Niet gezwollen, zoals bijvoorbeeld een ontstoken keel. Maar er zijn wel afweercellen actief: de zogeheten microglia. Bij die cellen ligt de sleutel.

Drexhage: ‘Het zijn afweercellen die je hersenen beschermen tegen gevaarlijke indringers. Sinds kort weten we dat deze cellen ook zorgen voor de opbouw en communicatie tussen hersencellen. Maar bij gevaar breken ze de boel af. Zijn de indringers weg, dan hervatten ze het onderhoud. Bij psychiatrische aandoeningen én bij auto-immuunziektes zijn de cellen nooit helemaal ontspannen. Ze staan constant in de vechtmodus, waardoor ze hun onderhoudstaak vergeten.’ Het lijkt er nu op dat deze cellen bij sommige mensen verkeerd staan afgesteld, waardoor ze te snel in de vechtmodus raken en blijven.

Hoe komt het immuunsysteem dan zo verstoord? ‘Dat is voor een deel genetisch bepaald,’ zegt Nolen. Al sinds de jaren negentig volgt hij kinderen van ouders met een bipolaire stoornis. ‘We vonden dat die kinderen niet alleen een verhoogde kans hebben op een bipolaire stoornis of een gewone depressie, maar ook op een auto-immuunziekte. En nog opvallender, we zagen bij hen afwijkende cellen in het bloed, nog voor er klachten ontstonden. Dat is interessant, want zo kan er worden gekeken of hun immuunsysteem als het ware is te resetten.’

Toch heeft Nolen scepsis. ‘Het kan best zijn dat de focus op die ontsteking niets oplevert. Want we weten niet of die ontsteking echt de oorzaak is. We willen niet dat patiënten en masse ontstekingsremmers gaan slikken. Daarvoor is eerst meer onderzoek nodig. Maar het biedt wel hoop.’ De eerste geneesmiddelenonderzoeken waarin psychofarmaca worden gecombineerd met ontstekingsremmers worden nu uitgevoerd.

De vraag die rest is: waarom krijgt de ene helft van een tweeling klachten en de ander niet? Ondanks de genetische basis spelen ook omgevingsfactoren een rol. Frieda: ‘Op heel jonge leeftijd ben ik misbruikt. Ik werd door een onbekende man zo van straat geplukt. Dat was heel heftig. Thuis heb ik dat nooit kunnen bespreken. Het is dan ook niet zo verbazend dat het bij mij opspeelde. Ik zie het hele grote verband wel.’

Het hoeft dus niet alleen erfelijk te zijn. Als het immuunsysteem vroegtijdig onder grote stress heeft gestaan, dan kan het voor het leven lang verkeerd geprogrammeerd raken. In die zin verschilt het toch niet zoveel van Freud, zegt Drexhage. ‘Een immunoloog denkt ook aan ontwikkelingsstoornissen vroeg in de jeugd. Maar wij denken dat daardoor cellen verkeerd raken afgesteld. Wij maken het biologisch.’

Frieda en Hanna heten in werkelijkheid anders.

Dit artikel werd gepubliceerd op W24.nl en was een vooraankondiging van de Labyrint uitzending 'Het Ontstoken Brein' (7 november 2012).